Sunday, January 8, 2012

Halve van Egmond 2012

Wat is het lastigste van de halve van Egmond? Het hardlopen over het strand, waar je voeten telkens een beetje wegzakken in het zand? Het aan het eind van het strand omhoog ploeteren naar de top van de duinen, met daarna nog een paar kilometer heuvel-op-heuvel-af? De "bloedweg" aan het eind, de heartbreak hill van Egmond?
Nee, niets van dit alles. Het lastige is het overleven van de eerste 3 kilometer door het dorp. Vorig jaar bleek een plek midden in het wedstrijdvak geen garantie te zijn om niet achter gezellige groepjes dames vast te zitten die vinden dat 10km/uur door het dorp "lekker inlopen" is. Dit jaar stond ik daarom behoorlijk vooraan, maar nu deed zich een ander probleem voor: de totale gekte van sommige lopers die denken dat het een 3 kilometer wedstrijd is in plaats van 21,1 km. Als ware kamikazepiloten zigzaggen ze door de andere lopers heen. Na één kilometer dacht ik dat het ergste achter de rug was, maar op dat moment schopte iemand recht van achteren mijn voeten onder mijn lichaam weg, en viel ik recht voorover op de straat. Ik heb de dader nooit gezien, hij vond het blijkbaar niet nodig om mij weer even overeind te helpen. Midden op de straat lag ik met kapotte knieën, handen en elleboog. Lopers liepen links en rechts om mij heen, elkaar waarschuwend voor het onwillige obstakel. Snel strompelde ik naar de kant, en overwoog het bijltje er bij neer te gooien. Mijn knie deed zeer, en mijn handen en ellebogen ook. Toch maar verder gelopen–wat moet je anders, maar de scherpte was er in ieder geval even af. Pas op het strand begon ik het hardloopgevoel terug te krijgen, de wind was schuin van achteren en het lopen ging lekker (ondanks de grote rode plek op mijn elleboog). Zo mocht het van mij wel tot km 21 doorgaan! Op 10 km eindigde het strand echter, en was het zwaar door de duinen. Na een paar kilometer begon verharde weg, en daar kon ik het tempo weer goed oppakken. De laatste kilometers, 19-20, zakte het tempo wat in, tocht te weinig duurlopen gedaan, maar de "bloedweg" viel weer alleszins mee: deze heuvel is gewoon niet stijl en ook niet lang.
Met de finish in zicht kwam Jos me nog net voorbij (hij was later gestart in de businessrun), hij had een mooie 1:24 gelopen (gefeliciteerd!). Mijn eigen tijd was 1:28:11, wat mij nog meeviel na mijn avontuur aan het begin. Na de finish waren de EHBO-ers nog een half uur bezig mij op te lappen. Emile (die met ons me reed naar Egmond) had een mooie 1:26 gelopen, dus ook nog gefeliciteerd. Steffi had toch nog last van haar blessure, en moest de tweede helft op halve kracht lopen. Toch nog binnen de twee uur (1:58) gefinished, zoals wij lopers dan zeggen: "netjes"!

Sunday, November 27, 2011

Norg Cross

Vorig jaar liep ik Norg met veel plezier, maar viel de tijd wat tegen. Tijd voor revanche! Wederom verzamelden wij ons voor de start op het grasveldje aan de voet van de Langeloer Duinen. Harm Noor trakteerde ons op een mooie Balkenende door de nieuwe sponsor te complementeren met haar mooie bruine ogen. Ja, wat moet je dan nog als sponsor over de lopers zeggen?

Na de start schoot het veld als een dolle weg, en omdat ik mijn kruit niet al te vroeg wou verschieten liet ik ze eerst maar even gaan. Misschien iets te bescheiden gestart, want eenmaal op de smalle paden van de cross was het lastiger inhalen. Eerst kilometer in 4:03, op zich niet gek, en de tweede in 3:56, dat was beter. Deze eerste twee kilometers waren nog op het vlakke deel, nu werd het tijd voor de eerste keer de duinen. Het veld was nu wat meer uitgetrokken, dus inhalen was makkelijker (maar nog steeds niet echt makkelijk). Ik zag Frans nu voor mij lopen, die ik op een gegeven moment inhaalde (ik denk ergens in de eerste ronde heuvels). Kilometer 3 was duidelijk een heuvelkilometer, want die ging meteen een stuk langzamer: 4:13. De kunst is dan om het meteen na de heuvels weer op te pakken, en niet teveel in het door de heuvels vertraagde tempo te blijven hangen.
Dit lukte de eerste ronde slechts ten dele: 4:08 voor kilometer 4. Maar misschien zaten daar nog wat heuvels in. Ik kreeg nu Maarten Hoeksema in zicht, die ik langzaam maar zeker in begon te halen. Een stukje daarvoor liep Lucas. Mooie mikpunten.
Kilometer 5, nu in de tweede grote ronde, ging in 4:06, maar dit was alweer met het begin van de heuvels. Kilometer 6, ook een zware, in 4:13. Dit was tegen het einde van de tweede grote ronde, nog één te gaan! Kilometer 7, een vlakke kilometer, ging goed: 3:59. In deze kilometer wist ik Maarten in te halen, en kwam nu achter Lucas te lopen. Kilometer 8, heuvels, in 4:19. Nu het laatste vlakke stuk: ik haalde nu Lucas in, maar die liet zich niet kennen en versnelde, en haalde mij weer in. Ik wist nog wel aan te klampen, dus gezamenlijk kwamen wij het grasveld op voor het laatste stukje tot de finish. Lucas bleek nog net iets meer in de benen te hebben dan, en liep ongeveer 10-20 meter bij mij weg. Deze strijd leverde echter wel een snelle laatste kilometer op: 3:56. Al met al een eindtijd van 37:04, een aardige verbetering vergeleken met de 38:37 van vorig jaar. Rondetijden waren heel vlak: eerste (korte) ronde in 5:44, 2e in 10:27, 3e in 10:27, 4e in 10:25.
Even later kwam Steffi binnen, die ook met plezier had gelopen. Zij had echter hetzelfde probleem als ik vorig jaar: ze was niet tevreden met haar tijd. Volgend jaar revanche!

Wednesday, November 9, 2011

New York City Marathon 2011 race report

The New York City Marathon. Probably the most well-known marathon in the world, even though others are faster and older. But not bigger. A massive number of 47000 runners started the race in three waves, which were subsequently subdivided into three start groups, and further subdivided in eight corrals. Staggering logistics.

Steffi and I were here on an organized marathon trip, which is a way for non-Americans to get guaranteed entry into the race. Very unfair for Americans, but good for tourism and city income (they sell it as promoting the international spirit of the race). This also meant we had to put up with group-travel stuff, which we managed to avoid as much as possible by, for example, not taking the organized bus to the start, but the Staten Island ferry. Two advantages of that: we left 45 minutes later, and we had a scenic ferry trip along south Manhattan and the Statue of Liberty.

When we arrived in the start area it was approximately 1.5 hours before the start, so perfect timing to take of all the extra clothes and hand them in at the baggage drop-off.
One other disadvantage of the organized trip: bib number assignment was not really according to expected finish time: Steffi and I were assigned to the same corral in the back of the Orange start of wave 1. I did manage to sneak in a few corrals ahead, so I ended up in the fourth corral of the Orange start, which turned out to be quite ok.

The weather was very nice, sunny but cool, but became a bit too warm towards the end (where Steffi poured a cup of Gatorade on herself to cool down). Probably better than a week earlier, when there was a big snow storm... My biggest worry was my ankle that had been bugging me for the last week. It was painful the day I arrived (but also due to too much walking in Manhattan), and now it was acting up a bit. I rubbed it, will it bother me, or is it just nerves?

45 minutes before the start we were ushered to the starting line, where we were just in time to witness the start of the elite women. More nervous waiting, until it was finally our time! The big canons went off, and Frank Sinatra started singing "New York... New York....".

The start of the New York marathon is on Staten Island, but in reality on the bridge from Staten Island to Brooklyn. This bridge spans the first two miles of the race, and is at the same time the biggest hill in the course. But with legs still fresh, this first uphill, even though it was the longest, was the least of my troubles. Manhattan in the far distance, all the nervous energy released, and too tempting to go too fast (fortunately not really possible because of the crowding right after the start).
Things picked up after half a mile, and from that point on I could run my own pace without any clogging problems.

So. The goals for this race. I had no real hope of breaking 3 hours given the difficulty of the course. But I did have my eye on setting a new PR, and therefore set my pacing goal according to a 3:02 finish. I also wanted to enjoy the race as much as possible, so I chose an even pacing strategy, with the goal to run easy as far as possible, at least until mile 15, but maybe even a bit further.

The first mile was slow (up the bridge), but the second was super fast (down the bridge). I am using miles to talk about my progress, because that is how the course was marked (1 mile = 1.6 km, total distance: 26.2 miles). That was when we arrived in Brooklyn, where the course went along fourth avenue until mile 8. A nice broad avenue, with an amazing crowd of people, gospel choirs, rock bands, encouraging signs, etc. And at a time that you can appreciate it maximally. I managed to set a good pace, and keeping it was very easy. My early pace was between 6:50 and 7:00 minutes/mile (6:58 was the goal. Translates to 4:14-4:20 min/km). At the 8 mile point the blue, orange and green starting groups merged, but by this time things had thinned out, and we turned into shady Lafayette avenue. I am still feeling great, and the running goes fine. A couple of turns, and we arrive in Williamsburg, still part of Brooklyn. This part of the race is known to be quiet, because the Orthodox Jews don't approve of the race passing through their neighborhood. Still, some bands are playing for us in defiance, but few people cheer us on.
Time to say goodbye to Brooklyn and say hello to the half-marathon point (1:31, still on track for 3:02) on the Polasky bridge, which leads the Queens. This is the first uphill to tax the legs, but unfortunately not the last. Running feels good, but I have to be ready for the next bridge. So I ease the pace a bit for the two miles through Queens, to be ready for the Queensboro Bridge. And there it looms in the distance, with the Empire State building in the background.

Up and up the bridge, no one to cheer us on... But this is the crucial 15 mile point, where the easy first part ends and the tough part begins. All goes well running up the bridge, but it does slow me down and costs me precious time. But after the halfway point of the bridge, down down down we go into Manhattan, where the madness of First Avenue awaits. This is where Haile Gebreselassie dropped out last year, on the treacherous downhill. But I survive, and there is Manhattan! The crowds! First Avenue, broad with tall buildings! This is maybe the best thing of the whole NYC marathon, the fact that at the point where you need it most the crowd support is best (compared to: Amsterdam: industrial area, Rotterdam: deserted Kralingse Bos, Berlin: Max Planck).
On and on First Avenue, the crowds propel us forward and I am on the right pace again until mile 20, the temporary end of Manhattan and the bridge to the Bronx.

Where I still took the Queensboro bridge in a good stride, the Willis bridge to the Bronx and the 20 mile point knocks the breath out of me. Fortunately, it is not as long any earlier bridge, and the Bronx people start yelling "W'lcome to da Bronx" on a background of heavy hiphop. They are proud of their small stretch of marathon route! If only they had been earlier in the race, maybe I could have paid more attention...

But soon it is back into Manhattan again, and even though the Willis bridge and subsequent hilly Bronx had knocked me off pace, I now pick it up again on nice and level Fifth Avenue. For a moment I think that I can even pick up the pace, and that even pacing is going to work. If only the road had stayed level... But at mile 23 the road starts climbing, and continues climbing for almost a mile until the entrance into Central Park. If only I can reach Central Park... But this last uphill stretch saps the remaining strength out of my legs, and when I reach the Central Park entrance, with just over 2 miles to go, I feel I have no energy left for the hilly last stretch.
On and on in survival mode. At least there are downhill and uphill stretches, instead of just uphill. But my pace drops back to 7:30-ish. Out of the park, onto the street south of the park, and back into the park for the final 500 meters....

And then it is over. No collapsing on the finish line this time, and the time is 3:06:45.
In retrospect I have been too optimistic about the difficulty of the course, and the lack of hill training in the Netherlands is definitely a disadvantage. The pacing strategy had worked reasonably well in the sense that I ran comfortably up until late in the race (as opposed to Rotterdam), but in the end I just came up short in the final miles. If only they'd been flat... And each of these bridges and hills can add 30 seconds to your time, which adds up in the end. Finally, my ankle had behaved very well, so those worries had been for nothing.
Steffi finished in 3:50:23, a very good time, and an improvement of her Amsterdam PR (which was 3:50:38). She faster than Leontien van Moorsel (former women's World Champion in cycling), and Edwin van der Sar (former Dutch Soccer team goalie, thank you, Kor, for looking this up).



Sunday, October 9, 2011

4 mijl

Het nadeel van de vier mijl is dat het voor een marathonloper vaak wordt overschaduwd door de najaarsmarathon. Een week voor Amsterdam, twee weken na Berlijn, etc. Vandaar dat ik op de 4 mijl nog nooit echt scherp heb gelopen, 25:18 in 2008, toen nog zigzaggend tussen de recreanten, 25:08 in 2009, als wedstrijdloper voor de West Penn Track Club, gevolgd door een matige 25:53 vorig jaar. Dus het werd tijd om daar wat aan te doen. En hoewel het hoofddoel voor het najaar de marathon op 6 november is, lag de nadruk in de dinsdagtraining de laatste weken op snelheid voor de 4 mijl. Kan vast voor volgende maand ook geen kwaad.
Het weer was vandaag gunstig: lekker koud, en wind mee. Na Winschoten en Thesinge was de zon dus niet de ergste vijand. Bij de start naast Marcel en Arjen, met verderop Jacob, Matthijs en anderen. Iets verder naar achter staat Steffi met de basisgroepers Emile en Rein. Als ik op mijn tenen ga staan kan ik net Bekele zien staan bij de start. Dit jaar wordt er niet afgeteld zoals vorig jaar om een valse start te voorkomen. Vorig jaar was het een ruige boel bij de start waarbij sommige lopers van achteren onderuit geschopt werden. Onnodige zenuwachtigheid: zo kort is 4 mijl nou ook weet niet. Deze keer toch wat geduw en getrek bij de start, maar iedereen is heel weg. Waarom trouwens een voetbalcoach met drie onderkinnen als starter?
Mijn doel was om in ieder geval om de 25 minuten te lopen, en misschien nog een beetje sneller. In de training afgelopen dinsdag (eindelijk ook weer koud) ging een 3:45 tempo me makkelijk af op de 1200 meter, dus dat was een beetje het tempo waar ik mikte. De hele korte samenvatting is dat dat gebeurde: ik liep eigenlijk vrij vlak 3:45 over de hele race. De eerste kilometer liep ik nog achter Marcel, maar die versnelde toen en finishte uiteindelijk een minuut sneller dan ik. Op het 2 mijl punt voelde het lopen nog vrij makkelijk, en de tussentijd van 12:08 (ofzo) was zeer bemoedigend. In Helpman nog een beetje met twee andere lopers gespard, die, nadat ik ze had ingehaald mij weer inhaalden.
Op het 5 kilometerpunt een aardige verassing: een tijd van 18:50, wat 8 seconden sneller is dan mijn (alweer een paar jaar oude) 5 km PR. Onder de ringweg door: je kunt de finish bij wijze van spreken al zien... Ik heb nu betrekkelijk weinig mensen voor me, maar moet een beetje oppassen: door de beginnende regen is de weg glad geworden, en mijn wedstrijdschoenen hebben niet zoveel profiel.
Over de Herebrug, nu staat het echt vol met mensen, Herestraat, en nu echt een gladde bocht de Vismarkt op (Bekele had er ook moeite mee, zag ik later). Op het laatste stukje stormt er nog wat jeugd voorbij, die hadden zeker stiekem in mijn rug zitten wachten. Gelukkig pak ik er in de eindsprint nog een paar terug naar een tijd van 24:14. Toch mooi bijna een minuut van mijn beste tijd afgehaald.
Maar dan nog de grootste uitdaging van de 4 mijl: je tas terugkrijgen. Hoewel dit in voorgaande jaren ook al een gedrang was, liep de chaos dit jaar compleet uit de hand. Voor een verder zo perfect georganiseerde race toch wel een blamage. Toen ik in de rij voor mijn tas ging staan, stonden er misschien nog 12 anderen, maar het kostte me zeker langer dan de race zelf om mijn tas terug te krijgen, en tegen die tijd stond de hele straat volgepropt met een opgewonden menigte van honderden mensen die allen hun nummer omhoog hielden in de hoop dat dat hielp (ijdele hoop, overigens).

Sunday, September 25, 2011

De Thaisner Dörpsrun

Toen ik drie jaar geleden voor de New York marathon aan het trainen was en een lange duurloop richting Oost maakte, liep ik op de weg terug door Thesinge. Al voor ik het dorp inkwam stonden er bemoedigende bordjes "Nog 500 meter"! "Nog 400 meter". Niet voor mij uiteraard, want ik moest nog terug naar huis, maar ze waren onderdeel van de lokale wedstrijd die in volle gang was toen ik door het dorpje heen kwam.
Dit jaar was ik wederom in aanloop voor New York op zoek naar een halve marathon als testwedstrijd, maar de komende weken leek er niets echt in de buurt te zijn. Oldenzaal of Oldenburg waren de beste opties. Maar donderdag plofte de Runners World op de mat, met op de wedstrijdkalender de run van Thesinge, met zo'n beetje alle afstanden die je kunt bedenken: 4 kilometer, 4 mijl, 10 kilometer, of 21.1 kilometer. In een opwelling (en zonder naar het weerbericht te kijken) schreven Steffi en ik ons meteen in.
Na de laatste warme dag van de zomer in Winschoten leek dit echter de eerste warme dag van de herfst te worden. Zonnige dag en 20 graden. Op zich niet overdreven warm, maar op het Groninger platteland is weinig schaduw te bekennen. Aangekomen in Thesinge was het inderdaad aan de warme kant, maar niet de drukkende hitte uit Winschoten.
Het deelnemersveld voor de halve marathon was bescheiden, ongeveer 25 mannen en 15 vrouwen, schat ik, maar alle afstanden startten samen, dus het was toch een drukte van jewelste bij de start. Op de halve deden van Groningen Atletiek ook Emile Nales en Herwin Veenstra mee (en misschien nog anderen: ik ken niet iedereen even goed). Emile is momenteel in goede vorm, en houdt bovendien van warm weer, dus ik had niet het idee dat ik hem kon verslaan. Na de start stoof een groot deel van het veld weg, maarja, 10 kilometer, 4 kilometer, 4 mijl? Ik bleef bij Emile en Richard Jong-A-Pin (?) met een tempo van rond de 4:08. Herwin bleek achteraf sneller weg te zijn, en eindigde uiteindelijk als tweede. Het tempo van 4:08 was, ondanks de warmte, goed vol te houden. Na 2 km begon Emile te versnellen, en Richard ging met hem mee, dus ik liet ze mooi lopen, want hoewel ik lekker liep wilde ik in dit stadium niet onder de 4 min/km gaan lopen. Dat vonden ze zelf blijkbaar ook, want na nog een kilometer haalde ik ze weer bij. Twee jongens van een jaar of 12 dolden nog een tijdje om ons heen, maar zij waren duidelijk bezig met een kortere afstand. Na een kilometer of 7 zette Emile weer een versnelling in, waarop ik hem en Richard weer liet lopen. Na kilometer 10 kwam een vervelend stuk met zand en grind. Dat was niet zo lekker op mijn wedstrijdschoenen, die afgezien daarvan goed bevielen. Dit grindstuk, van ongeveer twee kilometer, was ook het punt waar Richard bij Emile moest afhaken, en vervolgens door mij werd ingehaald. Hij zou uiteindelijk 10 minuten na mij finishen. Op dit punt was bestond het veld overigens alleen nog maar uit halve marathonners, die allemaal als eenlingen over het Groninger platteland liepen.
Het grindstuk had toch even de snelheid uit mijn benen gehaald, of het was de hitte die toch wat te sterk werd, maar na 12 kilometer ging mijn tempo iets achteruit, naar de 4:12-4:14 regionen. Toch ging het lopen gewoon nog erg lekker, en was de pijn die ik driekwart van mijn vorige halve, die in Haren, voelde, afwezig. Ik voelde dus niet de aandrang om helemaal tot het uiterste te gaan, maar om gewoon een lekkere race te lopen. Eigenlijk ging het zo kilometer na kilometer door, rechte wegen, af en toe nog even oppassen voor een tractor, en voor ik het wist zat ik op kilometer 18, en werd het nu toch echt aanpoten. Het dorp kwam alweer in zicht, nog even een vervelend schelpenpad aan het eind, maar daarna door de finish. Vierde plaats, in een tijd van 1:28:09. Geen supertijd, maar ik ben er toch heel tevreden mee, gegeven de omstandigheden en het relatieve gemak waarmee het ging.
Na de finish nog even nakletsen, en wachten op Steffi, die als derde vrouw net binnen de 1:50 binnenkwam. Ook zij was (terecht) tevreden over haar prestatie. Helaas voor haar hadden ze geen podium... Maar verder was alles heel goed georganiseerd, met zeer goede verzorging onderweg, duidelijk bewegwijzering en lekker eten na de finish. Je vraagt je af waarom het geen deel uitmaakt van een van de loopcircuits, maar misschien zou de charme en het dorpse karakter verminderen als alle broodlopers de prijzen komen ophalen...

Sunday, September 11, 2011

de RUN van Winschoten


Anders dan andere wedstrijden: de RUN van Winschoten. In beginsel een 100 km wedstrijd, en dit jaar zelfs het wereldkampioenschap. Maar voor de gewone sterveling is het een 10x10 km estafette. Steffi en ik deden beide mee voor Groningen Atletiek.
In tegenstelling tot het weer de laatste tijd was deze zaterdag plotseling een heel hete en zonnige dag. "De laatste dag van de zomer" volgens het nieuws. Maar ook te benauwd om een echte zomerse dag te zijn. Dus dat werd het thema van de dag. Bijna elke loper liep langzamer dan verwacht, en klaagde over de hitte en het hele zware middenstuk. Steffi liep relatief vroeg, rond half 12, maar toen was het al flink heet. Niettemin zag ze er bij de finish nog erg goed uit (zie foto). En hoewel haar tijd van 51 minuten langzamer was dan ze normaal loopt op de 10 km, bleek dit relatief een goede tijd te zijn. Mijn eigen race was veel later op de dag, en wel half vier 's middags. Even leek het rond een uur of twee of wolken voor verkoeling gingen zorgen, maar helaas waren die allemaal verdwenen toen ik in het startvak stond. Nog een nadeel van een estafette, geen goed idee hebben wanneer je start is. Eindelijk kwam mijn voorloper, en kon ik van start! In de eerste 100 meter voelde ik een lichte duizeligheid van het te lang in de zon staan, maar gelukkig kwam er een stukje schaduw waar ik even kon bijkomen. Nu kwam ik langs een hele reeks verzorgingsposten voor alle internationale 100 km lopers, een prachtig gezicht met vlaggen en flessen met felgekleurde oppepdranken.
Helaas was deze schaduw van korte duur, en was het al snel weer in de zon lopen. De route ging door de wijken van Winschoten, en al deze wijken hadden goed hun best gedaan! Welkom in ... (naam wijk, helaas heb ik ze niet onthouden). Mensen langs de kant, bekertjes water, sponzen, tuinslangen... Zonder al deze steun was het helemaal niet gegaan! De eerste twee kilometers gingen eigenlijk vrij goed, met kilometertijden van rond de 3:55, en mijn nieuwe wedstrijdschoenen bevielen erg goed. Maar helaas begon mij lichaamstemperatuur, ondanks al het water en sponzen, toen toch op te lopen, en moest ik kilometertijden boven de 4 minuten accepteren (uiteindelijk was 4:06/km mijn gemiddelde).
Maar ondanks het gevecht met de hitte was de sfeer fantastisch! Na 9 kilometer was het nog grotendeels rechtuit, en ik wist dat de Groningen Atletiek tent me nog even kon aanjagen voor de laatste honderden meters. En zo zat het er al weer op, en mocht Evert-Jan het virtuele stokje overnemen voor de 9e etappe. Mijn tijd was uiteindelijk 41:17, niet geweldig, maar met dit weer zat er niet meer in.
Toch een mooie dag, en om al die 100 km lopers te zien.... Indrukwekkend! (De winnaar van de 100 km kwam binnen terwijl ik mijn ronde (de 8e) liep, ik bedoel maar).
Maar al met al verlang ik naar de herfst en winter, met fijne koele hardlooptemperaturen.

Sunday, June 19, 2011

SPR sportmiddag 10 km

Vorig jaar was de SPR (de sportvereniging voor het personeel van de RUG) sportmiddag mijn eerste "wedstrijd" na de lange periode van blessures, dus uit nostalgie besloot ik dit jaar weer mee te doen. Omdat vorig jaar de wedstrijd in de war gegooid werd door een open Paddepoelsterbrug, was het parcour ingekort tot drie rondjes rond het sportcentrum. Twee rondjes was goed voor vier mijl, en drie rondjes (een iets langer derde rondje) voor tien kilometer.

Net als vorig jaar waren er zo'n twintig deelnemers, ongeveer 2/3 voor de 10 km, en 1/3 voor de 4 mijl. Dit jaar geen Jacob Vos, dus ik schatte mijn kansen redelijk in voor de winst, hoewel je het nooit weet met eventuele snelle aio's. Niet dat ik van plan was helemaal voluit te gaan, zo belangrijk was deze race nou ook weer niet, maar meer een mooie 15 km/uur.

Bij de start schoot één van deze aio's er als een speer van door, maar mijn inschatting was dat dit onervarenheid was (of anders zou hij domweg veel sneller zijn dan ik). Dit bleek inderdaad het geval te zijn, want hij bleef zo'n 50 meter voor mij lopen, en na ongeveer een kilometer begon ik hem langzaam in te lopen. Na twee kilometer was ik hem voorbij en liep al snel alleen voorop, samen met de fietser die niet bijzonder in de wedstrijd geïnteresseerd leek (ik moest een paar keer voor tegemoetkomende fietsers aan de kant springen). Aan het einde van de eerste ronde, waar een stukje heen en weer langs het Reitdiep gelopen moest worden, zag dat de concurrentie al behoorlijk achter lag. De tweede ronde trok ik ook stevig door, je weet nooit wat er uit het achterveld komt, en kwam als eerste door voor de vier mijl. Toen nog een derde ronde, maar omdat de concurrentie in geen velden of wegen meer te bekennen was liet ik het tempo een beetje terugzakken: ik was niet echt gemotiveerd tot het uiterste te gaan (want dat was sowieso het plan ook niet). Uiteindelijk een tijd van 40:01, precies wat ik van plan was, en een fles wijn en gifgroene SPR handdoek als prijs.